WO2 voorbij, effecten Holocaust niet

Een zoom met Sara de Vries bij de The Descendants kan niet saai zijn en dat was het dan ook geen seconde. ‘Een ontmoeting met een lach en een traan’, zegt een toehoorder: ‘ Ik heb gelachen, maar ook gehuild. Het was in één woord geweldig.’

Een zoom over de gevolgen van de Holocaust, wat dat doet met een individu, met resterende familie, hoe je opvoeding was, gaat in feite over duiden van persoonlijke ervaringen in een overrompelende chaos van vernietiging. Dat vraagt nogal wat. Intieme ervaringen ventileren gaat niet op commando en dat maakt Sara de Vries tot een moedige vrouw, want door haar verhaal te doen realiseren we ons dat het narratief over de Holocaust niet af is voordat ook de tweede generatie haar verhaal heeft gedaan. In feite werkt genocide door totdat opeenvolgende generaties klaar zijn met vertellen.

Sara wijst op de foto op de achtergrond van het scherm. Een typische familiefoto van een glimlachend gezin, in het decor van een huiskamer. De focus is totaal op de baby. Op het dressoir, in de achtergrond, zijn twee figuurtjes in fotolijstjes te zien.

Sara:’ Mijn ouders Max (Marcus) en Jos en mijn zeven jaar oudere (half)zusje. Halfzus vind ik zo een rot woord omdat wij elkaar als volle zussen beschouwen. De drie maanden oude baby ben ik.’ […] Het interieur dat jullie zien is authentiek, dat wil zeggen…zoals het was in de oorlog, want dit is oorspronkelijk het huis waarin mijn oom Aron, die drie jaar ouder was dan mijn vader, heeft gewoond met zijn vrouw Eva en dochter Lineke. […] Als je goed kijkt dan zie je dat mijn moeder in haar linkerhand een rammelaar  vasthoudt, die was van mijn vermoorde nichtje Lineke. […] Zien jullie die schemerlamp op het dressoir met daaronder die twee kleine foto’s? Dan zijn mijn tante Eva en mijn nichtje Celine, roepnaam Lineke. […] De kamerdeur daarachter was donkergroen en daar sliep mijn zus. Voor en tijdens de oorlog woonde daar de zus van tante Eva – Margaretha – er. In dit huis hebben we tot in de jaren zestig gewoond en heeft mijn vader ondergedoken gezeten. De woonkamer had een vloer van houten planken met een vierkant luik en daaronder was mijn vaders’ schuilplaats. Op het zand, in de kruipruimte, 70 centimeter diep. Om er te komen moest je het vloerkleed oprollen, het eenpersoons opklapbed omhoogtillen en het zeil bij de plint lospeuteren. Alleen ’s avonds en ’s nachts, als de verduisteringsgordijnen goed gesloten waren en er geen gevaar leek te zijn dan kroop mijn vader uit zijn schuilplaats. […] De boeken in het dressoir zijn dezelfde als toen. Mijn vader heeft ze wel honderd keer in de oorlog herlezen. Dat zei hij altijd. Ik kan jullie vertellen dat ik mijn vader levenslang geen boek meer heb zien lezen. ‘Tijdens de oorlog heb ik zo veel gelezen, dat is voldoende geweest voor de rest van mijn leven, zei hij altijd. […]’

‘Ik sliep in het bedje van Lineke, droeg haar kleertjes en speelde met haar speelgoed.’

Sara duidt dat de oorlog eigenlijk nooit voorbijging en dat zij, die in 1954 werd geboren, een behoorlijke lading heeft meegekregen. Niet dat er veel werd besproken, dat viel wel mee, maar je merkte zoveel. ‘Mijn vader wachtte op de terugkeer van zijn broer en uit het beetje dat hij vertelde, kon ik zelf iets reconstrueren. Eigenlijk was zijn informatie summier en zag je dat de oorlog hem van binnenuit opat.’

‘Het huis stond in de Transvaalstraat en had hij na de oorlog op zijn naam kunnen zetten. Zijn zwarte haar was met waterstofperoxide wit gekleurd en hij had een zogenaamde Sperre vanwege werk voor de Joodse Raad. Schoonmaakwerk, niets bijzonders, maar dat hij daarvoor poetste bij de Sicherheitsdienst (SD) in de Euterpestraat, was dat wel. Hij zag wat de Grüne Polizei aanrichtte, ruimde spetters bloed op en zag de pakjes liggen die familieleden kwamen afgeven voor gedeporteerden. Pakjes met kleding en etenswaren die niet werden verstuurd, waar de maden uit kropen.’

Illusies over de Duitsers had Max de Vries niet. Sara:’ Vader liep zonder ster en werd door iemand uit de buurt aangegeven bij de SD. Ze hebben hem gemarteld, kreupel geslagen. Op een gegeven moment is door hij ene Jupp Henneböhl, van het Tropenmuseum overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg. Eén halte met de tram, maar die liet op zich wachten. Henneböhl zei op een gegeven moment: “Ren Jude, ren” en vader vluchtte.’

De bevrijding bracht geen echte bevrijding. Weliswaar ontmoette Max zijn Jos en vormden ze gedrieën met haar dochter een gezinnetje, hadden een huis (iets wat veel mensen na de oorlog niet hadden), maar de wereld was een boze en de afwikkeling van de oorlog bracht slechts verdriet. De vanzelfsprekend van leven, met je plek binnen een grote familie dat zat er voor Joden niet langer in.

Samen kinderen krijgen wilden mijn ouders niet, geeft Sara aan. In hun kleine wereld was haar komst een ‘ongelukje.’ Ongewenst, maar wel passend in het jaren vijftig plaatje van sober gezinsleven. Met dien verstande dat er sprake was van een kante-en-klare-babyuitzet, kleding voor een opgroeiend meisje en speelgoed. Alles van Lieneke. Sara leefde in haar kleertjes, speelde met haar speelgoed en fantaseerde over hoe het was om Lieneke te zijn. Om mee te moeten maken wat die had meegemaakt, om vermoord te worden. Vader Max vertelde heel mondjesmaat en in flarden en moeder zei vooral  ‘Sttt, vader’. Sara’s huiselijke omgeving was moeilijk, school betekende weliswaar afleiding, maar de vele kinderen in de Transvaalbuurt zorgden met hun antisemitische scheldpartijen voor extra stress.

‘Een paar deuren verderop woonde de familie Lijmberg, oud-NSB’ers, hij was zelfs bij de Schalkhaarse politie (red.: erg fout) geweest, lui van het hele nare soort. Mensen die de hun foute politieke keuze voortzetten door te sissen als moeder de was buiten hing.’ Vader Lijmberg eiste dat zijn dochter niet naast ‘die Jodin’ zat in de klas.

Vader Max verdiende zijn geld op de markt. Joodse gebruiken en feestdagen eerbiedigde hij niet meer. G’d had te veel vreselijks laten gebeuren, maar toen hij werkte op Yom Kippur en daar door een andere overlevende op werd aangesproken ging hij ‘plat’, uitgeschakeld, bang, vooral bang. De oorlog zat in hem. De oorlog was er altijd en overal.

Vader Max leek wel een magneet voor al die foute lui. Henneböhl, de Grüne Polizist met zijn “ Ren, Jude, ren” zat eens pal achter hem op de tribune bij Ajax. Sara: ‘Ergens, medio jaren zestig en hij riep: ‘Hee, Du, Jude.’ Mijn vader verstijfde. En daarna, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, kwam Henneböhl thuis op visite. Geen enige vorm van schaamte. Of vader even wilde neerschrijven dat Henneböhl hem had ‘gered’. Dat moest als garantie dienen, mocht het ooit tot een aanklacht tegen hem komen.’ […]

’Ik was woest op mijn ouders, daar zat die vent, week-in-week-uit. Op een gegeven moment heb ik tegen mijn ouders geschreeuwd, ik was zo boos. Boos dat ze niet van zich afbeten. Ik heb hem het huis uitgezet.’

In de zoom is het stil. Sara vertelt dat ze daarna naar Israël ging, zich daar goed voelde. Haar ouders smeekten haar echter om terug te komen en na vele smeekberichten ging ze terug.  En dan sterft vader, relatief jong nog. Niemand twijfelt over de doodsoorzaak, de oorlog, vader sterft aan een gebroken hart.

Sara kijkt recht in de camera. Haar leven ging door. Zij werd verpleegster en werkte als creatieveling bij een reclamebureau, trouwde, kreeg kinderen. ‘Maar het verleden heeft me al regelmatig ingehaald.’ Ze vertelt dat ze niet tegen onrecht kan en meerdere keren per jaar gastlessen geeft, daarnaast zoekt ze uit hoe dat genocidale verleden eigenlijk in elkaar zit. Ze schildert en schrijft, heeft al meerdere artikelen in Joodse Huizen op haar naam staan. En ze gaat op pad voor The Descendants of The Shoah Holland, want de huidige generatie politici en ambtenaren hebben geen oog voor wat de Holocaust werkelijk heeft verwoest en dat van de Holocaust een belangrijke boodschap uitgaat.

‘Dit is geen verleden, maar vandaag. Vader Max schreef niets ten faveure van Henneböhl, maar mensen en menselijk gedrag dat verandert niet, daarover geen illusies.’

 



Pin It on Pinterest